|
2.
|
 |
Het Nationaal Park
"Oosterschelde" heeft een unieke onderwater -flora
en -fauna. Om deze te beschermen zijn spelregels opgesteld die
gebundeld zijn in "de Provinciale
Milieuverordening Zeeland" :
|
 |
 |
Het is de duiker, verboden planten en
wieren uit te steken, af te snijden of te vervoeren, dan wel
dieren nodeloos te verontrusten, te vangen, te doden of te
vervoeren of zulks pogen of in het algemeen schade aan de
natuur toe te brengen.
|
 |
 |
Het is de duiker als bedoeld in het
eerste lid, of diegene die zich anderszins in het water
bevindt, verboden artikelen of voorwerpen bij zich te hebben,
die duidelijk tot doel hebben om daarmee planten, wieren of
dieren te vervoeren of te bemachtigen.
|
 |
 |
Het is verboden op of in de nabijheid
van een duiklocatie planten of dieren, behorende tot een door
gedeputeerde staten aanwezige soort, voorhanden te
hebben.
|
|
3.
|
 |
Naast het feit dat de Oosterschelde een
natuurmonument is, liggen er ook op de bodem enkele
historische monumenten. Restanten van gebouwen en wrakken zijn
hier voorbeelden van. Hiervoor bestaan ook regels die
omschreven staan in de "Monumentenwet
1988" :
|
 |
 |
Het is verboden een beschermd monument
te beschadigen of te vernielen.
|
 |
 |
Het is verboden zonder, of in afwijking
van een vergunning: Een beschermd monument af te breken, te
verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; Een
beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten
gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in
gevaar gebracht.
|
 |
 |
Het is verboden opgravingen te doen
zonder schriftelijke vergunning van de bevoegde
Minister.
|
 |
 |
Hij die anders dan bij het doen van
opgravingen een zaak vindt, waarvan hij weet of redelijkerwijs
moet vermoeden dat het een monument is, is verplicht hiervan
binnen de drie dagen aangifte te doen.
|
 |
 |
De aangifte dient te geschieden bij de
burgemeester van de gemeente waar de vondst is gedaan of
wanneer de vondst werd gedaan buiten het grondgebied van enige
gemeente, bij de bevoegde Minister.
|
 |
 |
De burgemeester geeft van deze aangifte
onverwijld kennis aan de directeur van de Rijksdienst voor
Oudheidkundig Bodemonderzoek.
|
|
4.
|
 |
De beroepsvissers zetten hun vistuigen óók
in de Oosterschelde. Regelmatig gebeurt het dat zij schade
hebben aan hun vistuigen, al of niet opzettelijk veroorzaakt
door stropers én sportduikers. Hier geldt voor iedereen de
normale fatsoensnormen. Mocht men ongewild toch in een vistuig
terechtkomen, waardoor er schade aangericht is, dan wordt men
verondersteld dit te melden bij de waterpolitie. Zij kunnen de
visser opsporen waardoor een schade -regeling mogelijk
is.
|