|
Bij Colijnsplaat - dat in de
Romeinse tijd GUANENTA heette - zijn altaren, aardewerk en dakpannen
gevonden, die er op wijzen dat ze voor een kleine tempel (7 op
3,5 m.) zouden gediend hebben om de godin Nehelleniae (later
"Neeltje Jans") te eren. Waarschijnlijk zou die tempel op
het eiland Orisant gestaan hebben ...
"Nehalennia" of
"Neeltje Jans" betekenen: "Het genezend licht bij de
Hel(le)", tegenwoordig de Noordzee geheten. Wanneer vroeger de
grote golven vanuit de betrekkelijk diepe Noordzee de ondiepe kust
naderden bij de zandplaat Neeltje Jans, dan konden die golven hun
beweging niet voortzetten, waardoor het water omhoog spoot
(grondzee). In het zeewater zit fosfor van plankton, dat groen
oplicht. Als de schippers vanuit de zee de kustlijn naderden, dan
zagen ze - in het duister - dat licht (" het licht bij de
Helle"), dat hun gids was om niet te vergaan in de grondzee.
Neeltje Jans, kreeg als volgt de mythische aanduiding van
"stuurvrouwe". De naam is niet ontleend aan de Romeinen,
maar wél aan een oud- Belgische taal die zich situeert tussen het
Germaans en het Keltisch. De godin werd nadien ingelijfd in het
Romeinse veelgodendom. Dit had een strategisch doel: éénmaal de
goden "Romeins" waren, was de onderwerping van het lokale
volk gemakkelijker te bekomen.
|

|
Dit reliëf in zandsteen is
afkomstig van een votief -altaar, als toewijding voor de godin
Nehellenniae. Hieruit kan afgeleid worden dat GUANENTA
(huidige Colijnsplaat) een belangrijke overslagplaats was in
de periode 200 na Chr. De koopwaar werd er van de rivierboot
overgeladen op een zeeschip, of andersom.
|
Terug
|